SMV logo

Beerbieters Braniemeekers Drommedarisse Keemeleers Kribbebieters Mallebergers Mammoeters Mineurs Mosasaurusse Sjlaaibok Sjraveleirs Tempeleers Waterratte

"Kukeleku, en de kins miech neet"

Hieronder vindt U veel achtergrond-informatie over de "Mestreechter Vastelaovend".

De Kriebel (inleiding tot de Vastelaovend)

Wie niet, of niet precies, weet wat Carnaval is, kan er de dikke Van Dale op naslaan. En jawel, het staat er: Carnaval, de drie dagen die aan de vasten, dus aan Aswoensdag, voorafgaan, in het bijzonder de laatste dag daarvoor (vastenavond) waarop velerlei feestelijkheden, meestal met vermommingen gepaard, in de rk.-streken plaatshebben.

VeendeldreegsterEen fraai gestileerde volzin, maar het kan ook anders, pittiger, realistischer, Zoals bijvoorbeeld Bertus Aafjes het beschrijft in zijn boek 'Limburg, dierbaar oord': Carnaval is een kortstondige revolutie, die door het wettelijk gezag getolereerd wordt . Anton van Duinkerken, een andere grootheid in onze vaderlandse literatuur, omschrijft het fenomeen Carnaval aldus: '...het enige feest waaraan alle feestgangers op voet van gelijkheid kunnen deelnemen'. En wat zeggen Maastrichtse Carnavalsideologen? Ber Essers zaliger: "Vastelaovend is 't dreidaogs hoegfies vaan de betrekkelekheid" en wijlen Thei Bovens: "de Mestreechter Vastelaovend, 'nen oongeorganiseerde oonderein in e georganiseerd kader"

Aan u, lezer, de uitdaging uit al deze teksten de meest sluitende definitie van Carnaval te construeren. Desgewenst maakt u daarbij gebruik van aanvullende trefwoorden als spontaan en uitbundig, saamhorigheid en plaagzucht, fantasie, creativiteit en het verbreken van dagelijkse sleur en verplichting. Hoe reageert overigens de gemiddelde Maastrichtse Carnavalsvierder? "Wat zal iech zegke? Met Vastelaovend zien veer drijj daog us zellevers en goeje veer us dedoor ...."

Joonk gelierdVerder gaat de ontboezeming doorgaans niet, want de Maastrichtenaar mag dan in een universiteitsstad wonen, dat betekent nog niet dat hij zich wenst te verdiepen in academische beschouwingen over zo iets vanzelfsprekends als Carnaval. "Dat zit noe einmaol in us blood".

Reeds als baby liggen Maastrichtenaren in de kouts met een clownsneusje op en rood gepoederde wangetjes. En als de poetekes het aankunnen, trekken de tweede en derde-jaars met pa en ma de stad in, verkleijd als elfje of cowboy en verwoed proberend het ritme van de muziek over te nemen. Eenmaal zover, komt er schot in de ontwikkeling van jeugdige carnavalsvierders. School en straat gaan er zich mee bemoeien en al spoedig kan een plaatselijke traditie weer een generatie vooruit. Die traditie telt vele facetten. Eerste en allervoornaamste is de kriebel die men moet voelen bij het naderen van de carnavalsdagen.

Bij sommigen ligt deze datum reeds in de buurt van de elfde-van-de-elfde, 11 november. Dan wordt het voor hen de hoogste tijd om te broeden op plannen en ideeen. "Boe-in verkleije veer us?" en "Wee geit allemaol met?" In groepsverband (in kompenijj) komt men veelal op de proppen met een nieuwe creatie: het uitbeelden van iets dat in de actualiteit speelt of dat alleen maar pretendeert sjoen of geistig te zijn. Daarvoor moeten dan rollen stof en een dozijn of wat hoofddeksels worden gekocht en voorts randversieringen en attributen die men doorgaans eerder op een rommelmarkt dan in een sjieke zaak in de Stokstraat pleegt aan te treffen. Geen idee of geen behoefte aan een groeps-item? Ook geen probleem! "Veer vinde wel get...". De zoektocht begint altijd op zolder, waar bij iedere rechtgeaarde Maastrichtse familie een kist pleegt te staan met carnavalsspullen uit vroegere jaren. Altijd valt daaruit iets op te diepen, want Carnaval is niet bepaald mode-gevoelig. Voor zover nodig, zorgen fantasie en inventiviteit voor gewenste aanvulling.

MaskerenMaske

Een gedreven carnavalsvierder moet iets in de hand hebben. De rechter houdt hij steevast Vrij voor een glas bier, de linker biedt voldoende bewegingsvrijheid om iets mee te slepen dat onder normale omstandigheden hoogst ongewoon is in het dagelijks verkeer. Klassiek zijn de vogelkooitjes met daarin een haring of bokking. De afgelopen jaren zijn echter ook verruzelde kerstbomen, een staande schemerlamp en zelfs een zitbank op wielen gesignaleerd. Er zijn verkleijders die daarmee in de vroege uren van Aswoensdag nog zijn thuisgekomen ook. Dan het maskeren. Het zogenaamde halve masker, dat uitsluitend de ogen afschermde en reeds na korte tijd irritant begon te pitse, is bijgeschreven in de voltooid verleden tijd. In de plaats zijn gekomen hele gezichtsmaskers en meer nog kostelijke en soms tevens kostbare grime-creaties. De cowboyhoed heeft voor oudere lichtingen als carnavalsattribuut zijn langste tijd gekend. Hij heeft het veld geruimd voor hoofdtooien van uiteenlopend pluimage, in de meest letterlijke betekenis vaak. De fluitketel van een nationale lolbroek is in vergelijking daarmee een misbaksel.

Vermommingen en maskers hebben altijd een wezenlijke rol gespeeld tijdens Carnaval en de in oude tijden gebruikelijke lentefeesten waaruit Carnaval is voortgekomen. Doordenkers hebben vastgesteld, dat maskers en verkleding er niet alleen voor zorgen dat iemand als een ander in het openbaar treedt, maar ook voor zichzelf een ander De Venlose deskundige drs. Theo Fransen typeert in zijn boek 'Carnaval ontmaskerd?' het maskeren als het bewerkstelligen van anonimiteit en kortstondig degene zijn die men wenst te zijn.

Als de meer technische voorbereidingen zijn getroffen, heeft de eerder Materiaolegesignaleerde kriebel intussen een onweerstaanbare stormkracht aangenomen. Weken en dagen worden afgeteld en in toenemende frequentie benut voor 'warming-up'. Een uitgelezen mogelijkheid daartoe bieden zittingen in stads- of wijkzaal waar kletskriemers hoge noten aanslaan in regelrechte koldersermoenen, dansmamzelkes de beentjes zwierig de lucht in gooien en zaate herrerneniekes schetteren en roffelen dat het een lieve lust is. Deze herremeniekes mogen niet worden vereenzelvigd met beschonken muziekgezelschappen, al willen in de late en heel-vroege uurtjes van de Carnavalsdriedaagse wel eens pogingen worden ondernomen de veronderstelde naamsverklaring te bevestigen. Wat in werkelijkheid onder 'zaat' te verstaan? Houdt het maar op 'bezope' en daarvoor staat in het Mestreechs en het ABN: onzinnig, dwaas.

VeurbereijingZaate herremeniekes zijn in de jaren zestig in buurt-, familie- en vriendenkring ontstaan. Ieder lid wordt geacht een instrument te bespelen, of het nu een trom is of een trompet, een stel keteldeksels of een koekenpan. De minst muzikale maar wel meest vooruit-strevende deelnemer draagt doorgaans het vaandel (drapeau) met daarop een naam die slechts aan de onuitsprekelijke fantasie van een levenskunstenaar kan zijn ontsproten. Enkele voorbeelden: Laat en Zaat, Vreug en Neugter, 't Is nix en 't weurd nix, Toete en Bloze en Veur de Bok zien Kl...
Zaate herremeniekes geven de toon (of wat daarvoor moet doorgaan) aan bij het unieke Maastrichtse straatcarnaval en op zondag en maandag in de Boonte Storrem die dan 's-middags door de binnenstad trekt, beter gezegd: woedt.

Gulden regel(s)

Heel wat verslaggevers, literatoren en dichters hebben in de loop der jaren serieus en met nobele bedoelingen geprobeerd de Maastrichtse carte beschrijven. Verreweg de meesten hebben na middernacht duizelig afgehaakt nadat zij op bierviltjes reeds een hele reeks superlatieven hadden neergepend. Geen schande! Er zijn nu eenmaal confrontaties in het leven die niet vragen om 'waarom?' en 'hoezo?', maar die men eenvoudigweg heeft te accepteren. Carnaval-in-Mestreech is een van die confrontaties!

VerkleiersEven talrijk als die over aard en karakter van de Maastrichtenaar zijn de misvattingen over diens beleving van Carnaval. Sommigen van dao-bove (steden, dorpen, polders en blanke duinen boven de Grote Rivieren) menen het te weten: zuipen, katjes in het donker knijpen en tot slot met een willige meid het bed in. Laat de van origine Amsterdamse schrijver Bertus Aafjes hen van dat waanbeeld afhelpen: weten van Carnaval ongeveer niets af en wat zij ervan af weten, is dan meestal nog een Aan datzelfde hete hangijzer heeft de schrijver-journalist Jan Laugs de titel ontleend voor een in druk verschenen verslag van zijn prinsschap in Roermond. Deze titel luidt: "Met Carnaval mag alles maar enkele dingen niet" . Nogmaals Bertus Aafjes: "Buiten zichzelf treden is niet hetzelfde als uit de band springen. Het is de pijnlijkste vergissing die men als noordeling kan maken".

Wordt er met Carnaval in Maastricht dan niet gezopen en niet gevrijd? Wel degelijk, al zijn er natuurlijk verschillen in interpretatie op basis van levensaard en (geografische) herkomst. Een licht vertekende grenslijn zal overigens nergens ontbreken waar mensen in een uitbundige sfeer bijeen zijn. Zij die van verre komen, zullen hun ogen niet geloven wanneer zij met Carnaval in een Maastrichts cafe belanden. Een niet aflatende stroom pekskes vindt daar gretig aftrek bij uitgestoken grijpgrage handen. De bezoekers die vooralsnog de rol van kijklustige vervullen, weten niet dat de carnavalsvierder constant vanuit de tapkraan gelaafd dient te worden wil hij op toonsterkte blijven in die wonderlijke kakofonie van ondefinieerbare vreugdeklanken. Voor buitenstaanders niet zelden bedrieglijk, houdt hij consumptief een maat aan die zijn fysiek en mentaal evenwicht niet betreurenswaardig verstoort. Daarnaast bedient hij zich de afmars van smakelijke huismiddeltjes volgens beproefd recept: 'ne goje bojem, 'ne goje fong". Noem het met een eigentijdse term doping, maar dan van een soort dat heilzaam werkt zonder kwalijke bijverschijnselen.

Gezoondheid!Evenzeer leidt het veelvuldig zoenen op de bij menige 'buitenlandse waarnemer' tot verwarring en misverstand. Het geven en/of ontvangen van e puneke houdt in het algemeen geen verdere toezegging in en is zeker geen vrijbrief voor lichamelijke vrijpostigheden. De meeste beschouwen dit als een gulden regel, maar carnavals-toeristen willen wel eens zo 'verheerlijkt' raken dat zij het onderscheid niet weten te maken. Wat dat betreft, doet zelfs (!) een ondeugende Maastrichtenaar bij tijd en wijle in schijnheiligheid niet voor dergelijke gasten onder. 't proper' geldt niet alleen als waarschuwing voor het kapotgooien van glazen. Er is meer dat ongeschonden de carnavalsdagen moet doorstaan en overleven. Het veiligste advies: zorg ervoor dat u zich alles nog kunt herinneren!!

 

terug naar boven