Best bewaard Geheim
Niet de gemeenteraad, niet de burgemeester, maar prins-carnaval is tijdens de drie dolle dagen (of zijn het er intussen tenminste vier?) de autoriteit in Maastricht.
In wezen is het een heel 'normale', onopvallende ingezetene van de stad, iemand die gisteren nog voor je stond aan de kassa of naast je zat in de wachtkamer. En die je hartgrondig hebt verwenst toen hij niet snel genoeg optrok bij het verkeerslicht. Van de ene dag op de ander is hij verheven tot de hoogste adel die men zich in carnavalvierend Limburg kan voorstellen.
Ber of Louis, Frans of Pierre, hij wordt vanaf het moment van zijn uitroepen aangesproken en bejegend als Zienen Hoegen Hoeglostigheid. Commandeur Oranje Nassau legt het er (tijdelijk) bij af.
Die prins nu, dat juichend middelpunt en vorstelijk symbool van de Vastelaovend, is door de stadscarnavalsvereniging De Tempeleers 'verwekt'. Denk daar niet te licht over. Kandidaten zijn er elk jaar in overvloed, maar wie komt er door de selecties? Selecties, meervoud dus. Iedere Maastrichtenaar kan gegadigden aanmelden. Daar bestaan regels en reglementen voor, die telkenjare tijdig worden bekendgemaakt. De namen en antecedenten van alle kandidaten komen op tafel tijdens de plenaire vergadering van de Tempeleers. Nadat daar is geschift en geschrapt, voert de tweede etappe langs de Kanselarijraod, een elitair ensemble van doorgewinterde Tempeleers. Daar wordt opnieuw geoordeeld en geselecteerd en komen de uiteindelijk overblijvende pretendenten terecht in rubrieken A, B en C, al naar gelang hun veronderstelde bekwaamheid. In dat stadium van de procedure gaat de deur op slot en worden nog grotere zwijgzaamheid en geheimzinnigheid betracht dan bij de verkiezing van een nieuwe paus. Na veel vijven en zessen, plussen en minnen en veur's en tege's gaan drie van de allerhoogsten op pad om de nieuwe prins te strikken. Daarbij worden tal van slinkse wegen bewandeld. Een meester in het opkloppen daarvan was in de jaren zestig en zeventig Tempeleer Louis Franssen. De prinsen uit die periode kunnen stuk voor stuk kostelijke verhalen opdissen over de manier waarop Noonk Louis hen in de fuik loodste.
De prinsekeuze wordt al decennia lang het best bewaarde geheim van Maastricht genoemd en dat is het tot op de dag van vandaag. Het Torentje in Den Haag lekt eerder ...
Naast de prins en diens echtgenote zijn er hooguit twee personen die in een vroeg stadium op de hoogte komen van de hoogverheven kandidatuur. Dat zijn de eventuele werkgever van de uitverkorene, die akkoord moet gaan met 4 1/2 week betaald vrijaf, en de huisarts die moet beoordelen of zijn patient het prinsschap fysiek en psychisch kan dragen en verwerken. Ouders, schoonouders en kinderen van de nieuwe prins worden pas enkele uren voor de proclamatie op de Markt ingeseind.
Om misverstanden te voorkomen dan wel te ontzenuwen: het prinsschap is niet te koop, een prins wordt niet gesponsord, noch door of voor een bepaald bedrijf gemanipuleerd, hij mag geen rondjes weggeven en hoeft geen Euro bij te dragen aan zijn prinselijke kledij of prinsenwagen. Hij moet wel, uiteraard, van onbesproken gedrag zijn, de Mestreechter Taol beheersen, geen zuurpruim zijn, in staat zijn anderen te enthousiasmeren en over een goede lichamelijke conditie en geestelijke spankracht beschikken. Want van een Maastrichtse stadsprins wordt wel een en ander gevraagd. Op straat en in zaal is hij de zwaaiende en zwierige gangmaker, uitbundig en, op de Buhne, welbespraakt en geestig. Slechts weinigen echter maken hem ook mee tijdens de traditionele bezoeken aan ziekenhuizen, blindeninstituut en bejaardencentra. Daar vinden confrontaties plaats die emoties oproepen, naar beide zijden. Zo werd een Maastrichtse prins tijdens zijn bezoek aan het ziekenhuis .gevraagd naar een stervend meisje van een jaar of tien te komen. Het uitgeputte kind had nog slechts een wens: 'de prins, haar prins' te zien. Het lag tussen de lakens met een mutsje op en een veelkleurig jasje om de schouders, Daar kwam de prins ... Tranen bij het doodzieke patientje en al
snel ook bij de man, die geroepen was voor te gaan in vreugde en blijheid. Geen woorden, alleen oogcontact en toen, plotseling, een gebaar: de prins rukt de mooiste onderscheiding van zijn pak en speldt die het meisje op. Na een laatste glimlach haast hij zich naar buiten om een conflict uit te vechten tussen zijn ontroering en de in hem verondertelde personificatie van de vorst der zotten.
Een kwartier later stond hij in het portaal van een van carnavalsvreugde kolkende feestzaal. De man in het prinsenpak was nog hevig geemotioneerd en vroeg zijn gevolg enkele minuten te wachten alvorens naar binnen te gaan. Enkele verkleders passeerden. "Is dat noe euze prins? Wat 'ne zaajtzak" . De reactie, wellicht begrijpelijk, deed de voor een maand als prins ingehuurde Maastrichtenaar onrecht aan. Ook onder de narrenmuts blijft hij mens en zeker gevoelsmens.
